De 9 Nederlandse hondenrassen

| |

Nederland telt negen erkende hondenrassen, waarvan er maar liefst acht ook door de Fédération Cynologique Internationale (FCI), de overkoepelende wereldlijke organisatie voor rashonden, erkend zijn.

De lijst van Nederlandse hondenrassen is vrij divers. In de categorie herdershonden, vindt je de Hollandse Herdershond, de Schapendoes en de Saarlooswolfhond. De Smoushond wordt beschouwd als een ongedierteverdelger verwant aan de Schnauzers. De jachthonden onder het geweer worden vertegenwoordigd door de Drentsche Patrijshond, de Stabijhoun, de Wetterhoun en het Kooikerhondje. En het jongste lid van de Nederlandse rashonden is het Markiesje, een gezelschapshondje.

Hollandse Herdershond


Nederland is van oudsher een cultuurlandschap met intensieve akkerbouw en veeteelt. Op de boerderijen was behoefte aan een veelzijdige hond die verschillende taken op zich kon nemen: het hoeden van schapen, het begeleiden van kuddes op weg naar weide of markt, het bewaken van het erf.

Uit deze manusjes-van-alles is uiteindelijk de Hollandse Herdershond ontstaan. Toen begin twintigste eeuw de schaapskuddes grotendeels verdwenen, verminderde ook de vraag naar schaapherders. De veelzijdigheid van de Hollandse Herder zorgde ervoor dat hij geschikt was voor diverse andere taken en zo aan een tweede carrière kon beginnen als politiehond, speurhond, blindengeleidehond en uiteraard ook als huishond.

De Hollandse Herder is een middelgrote, goed gespierde rashond met veel uithoudingsvermogen, een levendig temperament en een intelligente uitdrukking. Hij komt voor in drie vachtvariëteiten: korthaar, langhaar en ruwhaar; en twee kleuren: goudgestroomd (met een bruine ondergrond) en zilvergestroomd (met een grijze ondergrond).

Het is een actieve, intelligente, waakzame en trouwe hond, die het best gebaat is bij een consequente doch zachte opvoeding met een duidelijk leiderschap. Hij is actief en leergierig en excelleert in verschillende takken van de hondensport, zoals gedrag & gehoorzaamheid, behendigheid, flyball, doggy dance, enzovoorts.

De Hollandse Herder is over het algemeen een vrij gezonde hond die een hoge leeftijd kan bereiken. Maar door zijn zeldzaamheid zijn er in de loop van de jaren wel problemen ontstaan door een te kleine genenpoel. De beide rasverenigingen, de Vereniging voor de Hollandse Herder en de Nederlandse Herdershonden Club, slaan nu de handen ineen om met behulp van variëteitskruisingen (langhaar x korthaar en ruwhaar x korthaar) de genetische diversiteit binnen het ras te vergroten.

Nederlandse Schapendoes


De Schapendoes is een langharige herdershond die voor het eerst als hondenras genoemd werd aan het begin van de negentiende eeuw. Een eeuw later verdween de Schapendoes bijna volledig van het toneel. De oorzaak hiervan is tweeledig. Ten eerste bleven er steeds minder schaapskuddes over. Ten tweede stapten de weinige herders die nog actief waren over op geïmporteerde Border Collies.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond er een hernieuwde interesse in de inheemse rassen, waaronder ook de Schapendoes. Onder leiding van de beroemde Nederlandse kynoloog P.M.C. Toepoel werd het Nederlandse hondenras teruggefokt.

De Schapendoes is een licht gebouwde, langharige herdershond die zich met verende tred beweegt. Alle kleuren zijn toegestaan, maar je ziet ze vooral in de tinten blauwgrijs tot zwart, al dan niet met witte aftekeningen.

Het is een zeer intelligente, moedige en waakse hond, innig en trouw aan zijn eigen mensen. Hij is levendig en enthousiast en kan opmerkelijk goed springen. Hij heeft behoefte aan een actieve baas en presteert prima in hondensporten zoals behendigheid.

De lange, dichte vacht vraagt wel om een regelmatige borstelbeurt om klitvorming te voorkomen.

Saarlooswolfhond


Leendert Saarloos, een Nederlandse hondenfokker (1884-1969), was van mening dat de gedomesticeerde hond door jarenlang selectief fokken gedegenereerd was geraakt. Hij wilde weer wat van de oorspronkelijke, wolfachtige kenmerken terugbrengen en zo de ideale werkhond creëren.

Vanaf 1932 begon hij met het kruisen van een mannelijke Duitse Herdershond en een vrouwelijke wolf. Zijn experimenten brachten echter niet het gewenste resultaat op. De wolf is een uiterst schuw dier en juist deze eigenschap maakte zijn wolfhonden totaal ongeschikt als werkhond.

Wat hij wel had geschapen was een majestueus hondenras dat dicht bij de natuur staat. Toen het ras in 1975 eindelijk erkend werd, kreeg het de naam Saarlooswolfhond, ter ere van zijn schepper.


De Saarlooswolfhond is een stevig gebouwde hond met een uiterlijk dat sterk doet denken aan een wolf. Hij komt voor in drie kleurvarianten: wolfsgrauw (zwart getinte wildkleuren), bosbruin (bruin getinte wildkleuren) en het zeer zeldzame crème-wit tot wit.

Niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk lijkt de Saarlooswolfhond op een wolf. Hij is oplettend en voorzichtig, trouw aan zijn roedel maar gereserveerd tegenover vreemden en snel onzeker in onbekende omstandigheden. Aangezien hij nauwelijks blaft is hij niet geschikt als waakhond. Hij heeft een sterke wil en een onafhankelijke aard en vereist een consequente opvoeding. Zijn roedelinstinct is sterk en het is dan ook aan te raden om hem samen met andere honden te houden.


Door het fokbeleid van Saarloos en latere fokkers is de genenpoel van de Saarlooswolfhond altijd vrij klein geweest. In 2010 werd er besloten een onderzoek in te stellen naar inteelt en verwantschap binnen de populatie. Dat onderzoek werd uitgevoerd door Wageningen University & Research Center. Het dringende advies van de onderzoekers was om uitkruisingen (outcross) uit te voeren nu het nog kan. Beide rasverenigingen, de Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden en de Nederlandse Verenging van Saarlooswolfhonden, zijn ondertussen een programma gestart waarin uitkruisingen worden toegepast met diverse rassen, zoals de Zwitserse Witte Herdershond, de Tsjechische Wolfhond en andere (ras)honden.

Het doel is de Saarlooswolfhond rastypisch en gezond te behouden voor toekomstige generaties.

Het is een bijzonder hondenras en niet voor iedereen geschikt. Mocht je geïnteresseerd zijn in dit ras, lees je dan goed in en zoek contact met eigenaren van Saarlooswolfhonden voordat je de beslissing neemt een wolfhond in huis te nemen.

Hollandse Smoushond

In het negentiende-eeuwse Duitsland beschouwden fokkers van een ruwharige pinscher, de huidige Schnauzer, een gele kleur als ongewenst. Een Amsterdamse hondenhandelaar, C.J. Abraas, kon deze afdankertjes goedkoop op de kop tikken om ze op de Koopmansbeurs te verkopen als stalhondje voor het verdelgen van ongedierte.

Deze honden werden Smous of Smoushond genoemd en boekten aanvankelijk succes op tentoonstellingen. Het grote publiek was echter meer geïnteresseerd in buitenlandse rassen en de Tweede Wereldoorlog maakte helemaal een eind aan het ras. In 1973 besloot mevrouw Riek Barkman het ras te reconstrueren met behulp van ‘vondelingen’, honden die sterk leken op de vroegere Smoushond, en verschillende rassen waaronder de Border Terrier.

Dit terugfokprogramma bleek succesvol en de ontwikkeling van de nieuwe Smous gaat nog steeds door. De hoogste prioriteiten zijn een goede gezondheid en een fijn karakter, uiterlijk is van ondergeschikt belang.

De Smoushond is een vrij kleine, vierkant gebouwde, stevige hond met een ruige vacht. De kleur is geel, variërend van licht tot donker strogeel. Het is een vrolijke, vriendelijke en actieve hond, die goed overweg kan met kinderen, andere huisdieren en soortgenoten. Hij is intelligent en over het algemeen niet moeilijk op te voeden. Hij is zeer geschikt voor allerlei hondensporten. De ruwharige vacht dient tweemaal per jaar geplukt te worden.

Als je een Smoushond aanschaft, dien je er wel rekening mee te houden dat er van je verwacht wordt om deel te nemen aan het fokprogramma. De rasvereniging, de Hollandse Smoushonden Club, kent geen fokkers zoals bij andere rassen. Alle eigenaren van geschikte Smousjes worden beschouwd als fokkers.

Drentsche Patrijshond

Tijdens de Spaanse bezetting (1556-1715) brachten de Spanjaarden hun jachthonden mee, die bekend stonden onder de naam spanjoelen of spioenen. Het waren kleine honden die vooral gebruikt werden voor de jacht op vogels. Van deze spanjoelen wordt gedacht dat ze de voorouders zijn van de hedendaagse spaniëls en diverse staande honden.

In Drenthe ontwikkelde de spanjoel zich tot de Drentsche Patrijshond. Als staande hond is zijn functie het lokaliseren en aanwijzen van het wild door stil te blijven staan, vaak met een voorpoot omhoog, wijzend in de richting van het wild, het zogenaamde voorstaan. Daarna stoot de Patrijshond het wild op zodat de jager erop kan schieten. En ten slotte haalt hij de buit op en brengt het terug naar de jager.

Waar de Britten drie jachthonden voor nodig hebben, een pointer voor het aanwijzen, een spaniël voor het opstoten en een retriever voor het apporteren, heeft een Drentse jager genoeg aan één hond.

Om zijn veelvuldigheid te completeren vervult hij terug thuis ook nog de rol als erfbewaker.

De Drentsche Patrijshond is een halflangharige, evenredig en krachtig gebouwde staande jachthond, in de kleur wit met bruin, met of zonder spikkels in het wit. Hij is gevoelig, intelligent, nieuwsgierig en vrolijk, maar wel eigenwijs. Dat laatste maakt dat hij niet altijd makkelijk te trainen is en vraagt om een geduldige en consequente opvoeding.

De Drent is een familiehond en een echte kindervriend. Een sportieve huishond die het erg waardeert als hij mee mag hardlopen of fietsen.

Stabijhoun

De Stabijhoun (of Stabyhoun) is een uiterst veelzijdig Nederlands hondenras afkomstig uit Friesland. Hij stamt net als de Drentsche Patrijshond af van de spanjoelen die tijdens de Spaanse bezetting in het noorden terechtkwamen. Hij werd door dagloners gebruikt voor de jacht op mollen, waarvan het bont een aardige prijs opbracht. Maar ook voor het verdelgen van ongedierte, het bewaken van het erf en als jachthond op klein wild kon de Stabij ingezet worden.

De Stabijhoun is net als de Drentsche Patrijshond een veelzijdige staande hond, in staat om tijdens de jacht de taken van aanwijzen, opstoten en apporteren te vervullen.

De Stabijhoun is een stevig gebouwde, halflangharige staande hond. Je ziet ze meestal in de kleur zwartbont, maar ook bruinbont komt voor. In de witte vlakken komen vaak schimmels en/of spikkels voor. De Stabij is vriendelijk, aanhankelijk en gehoorzaam in huis, rustig en waaks, maar buiten kan hij zich een tikje eigenwijs gedragen. Hij heeft een duidelijke en consequente opvoeding nodig.

Met kinderen is de Stabij vriendelijk, maar hij geeft hierin wel zijn eigen grenzen aan. Het is een vrolijke en sportieve huishond, die het best gedijt onder een actieve baas.

Wetterhoun

De afstamming van de Wetterhoun is in nevelen gehuld, maar er is wel bekend dat Wetterhounachtige honden eeuwen geleden voorkwamen in het noorden van Europa, van Vlaanderen tot Engeland, maar ook zo ver noordelijk als Zweden.

Uiteindelijk bleef er enkel in Nederland, in de provincie Friesland, een populatie over.

De Wetterhoun is een vrij bijzonder hondenras, het is namelijk een waterhond. Een waterhond vervult allerlei uiteenlopende functies in en om het water. In vroeger eeuwen werd er in Friesland ook wel melding gemaakt van een Otterhoun, een hond die ingezet werd voor de jacht op otters, die als zeer schadelijk voor de visserij werden beschouwd.

Het vermoeden bestaat dat de Otterhoun en de Wetterhoun één en het zelfde ras zijn. Toen de otters zo goed als verdwenen waren, was er nog werk genoeg over voor de Friese waterhond, die zich ontwikkelde tot een veelzijdige jachthond en boerderijhond.

Een stevig gebouwde hond met een breed hoofd en een krulstaart, de Wetterhoun is een imposante verschijning. Hij heeft een dichte krulvacht, behalve op het hoofd en de benen, die snel weer opdroogt na een zwempartijtje. De kleuren van de Wetterhoun zijn zwart en bruin, meestal met witte aftekeningen (met of zonder schimmel en/of spikkels).

Het is een rustige, vriendelijke hond, waaks en gereserveerd naar vreemden toe. Hij heeft een zacht karakter en is zeer geduldig met kinderen. Het is een onafhankelijke hond met een eigenzinnige aard en is daarom niet eenvoudig te trainen.

De vacht van de Wetterhoun is een beetje vettig en wassen met shampoo dien je te vermijden, omdat dit de vetlaag van de ondervacht aantast en de waterbestendigheid van de vacht vermindert. Tijdens de tweejaarlijkse ruiperiode kan je de vacht uitkammen, maar tussendoor niet te vaak, aangezien dit verharing extra stimuleert.

Om de genetische variëteit binnen het ras te vergroten is er voor de Wetterhoun een outcross-project gestart. Er worden verschillende uitkruisingen gedaan met onder andere Labrador Retrievers, Airedale Terriers en Poedels.

Nederlandse Kooikerhondje

Het Kooikerhondje is een eeuwenoud Hollands hondenras waarvan al in de zestiende eeuw melding werd gemaakt. De door de Spanjaarden meegebrachte spanjoelen of spioenen behoren tot zijn voorouders.

Zijn naam verbindt hem met de eendenkooi, een vorm van lokjacht die al minstens 600 jaar wordt bedreven. Een eendenkooi bestaat uit een plas water, waarop een aantal zijarmen of vangpijpen zijn aangesloten die eindigen in een vangkooi. In de plas leven halftamme lokeenden die de taak hebben hun wilde soortgenoten te verleiden en ze de vangpijpen in te lokken.

Het Kooikerhondje gebruikt zijn witte pluimstaart om de aandacht van de wilde eenden te trekken en ze zo nog verder de vangpijp in te lokken. Zitten de eenden eenmaal in de vangkooi, dan trekt de kooibaas de klep met een touw dicht en zijn de eenden gevangen. In Nederland zijn er nog ruim honderd eendenkooien actief, meestal ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, waarvan een aantal nog steeds met een Kooikerhondje werkt.

Het Kooikerhondje is een klein, halflangharig, spaniëlachtig jachthondje met een goed bevederde staart met een witte pluim. Hij is oranjerood met wit van kleur en heeft zwarte haarpunten aan zijn oren, de zogenaamde oorbellen. Hij is vrolijk en vriendelijk en past zich goed aan aan een leven als huishond: rustig en bescheiden en op gepaste tijden weer speels en levenslustig.

Hij is waaks maar niet luidruchtig en slaat alleen aan als daar een reden voor is. Hij is gevoelig voor lawaai en terughoudend naar vreemden, kinderen en andere honden en heeft behoefte aan een zachte, doch consequente leiding. Het Kooikerhondje is een actieve hond die veel beweging nodig heeft.

Markiesje

Net als de Drentsche Patrijshond, de Stabijhoun en het Kooikerhondje, behoort het Markiesje tot de afstammelingen van de spioenen die tijdens de Spaanse overheersing in het noorden terechtkwamen. Honden die te klein waren voor de jacht werden door rijke dames als schoothondjes geadopteerd.

In de lage landen kwamen vooral zwarte en zwartbonte schootspaniëls voor en afbeeldingen daarvan vinden we terug op verschillende schilderijen uit de tijd van de Spaanse overheersing tot ver in de negentiende eeuw. Hoewel er nooit echt bewust op ras gefokt is, waren dit soort hondjes in Nederland overal te vinden.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw groeide de belangstelling naar dit vergeten Nederlandse ras en werd er een terugfokprogramma opgestart. Op 1 mei 1999 werd het Markiesje door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland als ras erkend.

Het Markiesje is een fijn gebouwd, klein spaniëlachtig hondje met een glanzende, halflange vacht in de kleur zwart, al dan niet met witte aftekeningen. Het is een vriendelijk, rustig en intelligent hondje dat zich graag op schoot nestelt, maar ook altijd te vinden is voor actie. Met een lange wandeling kun je hem een enorm plezier doen en hij is ook prima geschikt voor diverse hondensporten zoals gedrag & gehoorzaamheid, behendigheid en flyball.

Aangezien het Markiesje een relatief jong ras is dat nog in opbouw is, wordt er van pupkopers verwacht dat ze hun hondje op een leeftijd van achttien maanden tot twee jaar door een keurmeester laten keuren. Als het hondje geschikt is bevonden verzoekt de rasvereniging, de Nederlandse Markiesjes Vereniging, om met een teefje een nestje te nemen of een reu beschikbaar te stellen voor dekking.

Auteur: N.G. Coutteau